Uit de pen van

Verheugt u op de komst van de Heer!

In het evangelie van de derde adventszondag staat de nederigheid van Johannes de Doper centraal. Johannes treedt op als wegbereider van Jezus. Hij roept tegen iedereen die hij tegenkomt “maakt recht de weg van de Heer.”

Johannes kwam om te getuigen van het Licht. Hij deed dat door steeds ‘nee’ te zeggen. Zeer bijzonder. Tegen de mensen om hem heen zei hij: ”Nee uw levenswijze is niet goed”. “Is er dan nog wel toekomst voor ons?” Vroegen zij. “Nee, tenzij ge U bekeert”. En wanneer Herodes trouwt met de vrouw van zijn broer, zegt Johannes ” Nee koning dat is niet goed. Dat mag niet”. Dat kost hem letterlijk en figuurlijk de kop. Ook op de vraag: “Zijt gij de Messias?” antwoordt hij: “Nee, dat ben ik niet”.
Johannes zegt: “ik ben niets, het gaat niet om mij, ik verwijs slechts naar Jezus die na mij komt en dat leven is het Licht in de wereld”. Kunnen we ons, net zoals hij, ook klein maken en nederig maken voor Jezus en onze omgeving? Om zo het Licht van Jezus te kunnen ervaren?

Wij kunnen dat licht alleen maar ervaren als wij ook ‘nee’ durven te zeggen. ‘Nee’, durven zeggen is niet eenvoudig. Vaak zeg je te gemakkelijk’ ja’ terwijl het beter zou zijn om ‘nee’ te zeggen. ‘Nee’ tegen het kwaad om ons heen, in ons eigen leven. Openlijk en publiekelijk aan de kaak stellen. Maar laten we beginnen met ‘nee’ te zeggen tegen onze eigen zwakheden en kleine foutjes. Juist in de adventstijd zouden we ons dat goed bewust moeten zijn.  Want dan wordt deze derde zondag echt de zondag Gaudete, de zondag waarop we ons verheugen over de komst van de Heer.

Het Licht van God is een geschenk voor alle mensen. Laten we bidden dat de Goede God ons de kracht geeft om Zijn Licht uit te dragen waar we ook zijn. Laten we ook bidden om moed om te getuigen van dat Licht. Juist in deze moeilijke tijden.

Kerstmis zal dit jaar anders zijn, geen overvolle kerken met een paar honderd gelovigen maar slechts dertig parochianen, als de kerk al opengaat.  Ik denk dat kerst meer thuis wordt gevierd, in de beschermende sfeer van ons huis, in de woonkamer bij kribbe en kerstboom en bij de lichtjes. Moge we daar ook samen het gebed vinden om elkaar te sterken.

Goede God,
veel mensen leven aan de zelfkant van de samenleving
duisternis daar verdrijft licht en hoop
uit hun leven.
Geef ons inspiratie om samen
te werken aan een betere wereld
waar minder duisternis is
en ruimte voor velen
waar het licht straalt
en mensen hoop en uitzicht krijgen
Moge Kerstmis zo worden
voor alle mensen
Vrede op aarde,
dat vragen wij U
voor vandaag en alle dagen

Amen.

En mag ik u ondank alle probleempjes om ons heen toch alvast in die sfeer een zalig kerstmis toewensen.

Wim Zürlohe diaken in opleiding

Dierbare lezer(es),

Vorige keer schreef ik een stukje waarin de seminarist en de priester in elkaar overvloeiden. Dit kwam doordat onze neomist Javier pas gewijd was en dit mij wat melancholiek stemde. Allerlei ervaringen en gedachtes kwamen bovendrijven en haast vanzelf droom je dan weg richting vroeger. Vandaag wil ik mij echter richten op de toekomst richting Advent en Kerst. Het ligt erg voor de hand dat het een verhaal zal zijn over de duisternis die de aarde bedekt en dat wij zo langzamerhand reeds gaan toegroeien richting het licht.

Wèlk licht? Natuurlijk voor ons als christenen is dat het licht van Christus, onze Heiland en Verlosser. Waar de mensen van het vlees en de wereld zich al aan het beraden zijn op hoe feestelijk de kamer versierd moet worden in december of wie er dit jaar wel of juist niet een kerstkaart gaan krijgen (diegene die ons vorig jaar niets gestuurd hebben, hoeven er ook zeker niet op te rekenen dit jaar wel iets van ons te krijgen!). Zo zijn wij als mensen van de geest en gericht op de hemel, natuurlijk reeds gefocust op het laten ontsteken van de kaarsjes in de adventskrans.

Of niet soms? Ik hoop maar dat jullie in stilte nu direct zullen denken: “Nou, ik niet hoor!” Want dat zou ik graag hebben, namelijk. Een kaarsje meer of minder kan leuk zijn, maar in die uiterlijke dingen zit het hem toch niet? Toch? Toegegeven, het oog wil ook wat. Alleen vrome gebeden zullen in de eigen parochiekerk de mensen ook niet lang kunnen boeien. Zo werkt dat helaas nou eenmaal bij de gemiddelde parochiaan, daar moeten we realistisch in zijn! Als mens, dus ook als priester, zijn we toch zeker ook sfeergevoelige wezens? Daar is niets mis mee, hoor!

Als priester heb je het voorrecht aangereikt te hebben krijgen hoe je in de loop der jaren mag leren kijken en luisteren naar liturgie en gebed met andere ogen en oren dan waarmee de gemiddelde christenmens dit poogt te doen. Je mag anderen meenemen op het pad dat leiden zal naar het licht van de Heer. Medewerker zijn aan het levensgeluk van anderen. Ook als priester heb je de hulp nodig van anderen die je stapsgewijs tot inzicht laten komen hoe je tot het einddoel kunt geraken. Het hemels paradijs!

Zo is het nu ook met het licht van Christus. Kaarsjes in de adventskrans kunnen mede stemmingsbepalend zijn, maar het gaat vooral om hoe wij verlangen naar het lumen Christi met ons hart. Het innerlijk derhalve. Dat is waar de Heer naar kijkt. Uitwendig kunnen wij ons nog zo vroom voordoen, als het niet gedragen wordt door innerlijke bekering, wat is het dan eigenlijk waard in de ogen van God? Hij ziet tenslotte ons innerlijk en niet slechts ons uiterlijk.

Wij kunnen ons voordoen als een fel brandende kaars, maar hoe staat het met het licht dat vanuit ons binnenste straalt? Is het een vaag, nauwelijks brandend 1-Wattslampje of een kaars die met gepaste trots hoog in de vuurtoren gezet mag worden? Laten wij ons licht dat aan Gods licht ontstoken is onder de korenmaat staan of plaatsen wij het op de standaard?

Een ander punt wat vandaag nog in een kort bestek ter sprake kan komen is de duisternis. Licht kan tenslotte alleen maar licht zijn als er ook duisternis is, de afwezigheid van licht. Wat mogen wij verstaan onder de duisternis? Is het de angst die ons overheerst en waar wij geen goed antwoord op hebben? Is het de boosheid van anderen die ons niet goed gezind zijn? Of is het, het ontbreken van God in ons bestaan?

Doordat wij ons niet genoeg richten op de Heer, geven wij de Vijand gelegenheid bezit van ons te nemen en ons door zijn duisternis te laten overheersen! Durven wij die duisternis, die vijand een naam te geven? Duivel of satan of egoïsme? Lauwheid, geld, luiheid of …. Vul anders zelf maar in welke naam je eraan geeft. Wees daarbij eerlijk en gezond zelfkritisch. Zorg ervoor dat je als christenmens mee kunt werken aan het levensgeluk van anderen. Breng licht in de duisternis! Ik wens u de uwen een inspirerende Adventsperiode toe en gezegende feestdagen.

Uw kapelaan Peter Piets